Diagnose en behandeling van FMS

Hoe wordt de diagnose fibromyalgie gesteld?

Een zekere diagnose is mogelijk met de twee traditionele pijlers van de medische bevragings- en onderzoekstechnieken. Als eerste wordt de medische geschiedenis nagegaan vanaf het moment waarop de patiënt als kind begon te lopen. Typische kenmerken van de ziekte op een jonge leeftijd zijn lopen op de tenen, zonder de hakken te belasten, en de zogenaamde groeipijnen in de schooltijd.

Meer informatie

Doorgaans treden de problemen vanaf het eerste of tweede leerjaar op en nemen ze toe in de pubertijd. Vooral meisjes in de menarche worden getroffen. Daarbij worden vanaf de leeftijd van 11 tot 15 jaar sport of lichamelijke arbeid, bijv. in de leertijd, minder en minder mogelijk. Tot de medische geschiedenis behoren ook vragen over de beroepsactiviteit, de familie en het dagelijks leven.

Ten tweede worden de vaakst getroffen, d.w.z. pijnlijke, drukpunten op het lichaam afgetast (beschreven in de publicatie: Bauer, JA, Fibromyalgia: A clear diagnosis is possible. Frontier Perspectives 16/2, 11-18, Philadelphia (2008)).

Daarbij heeft de toegepaste drukkracht geen betekenis. Centraal staat de vraag: is het drukken lastig of pijnlijk? De intensiteit van de pijn is een subjectieve ervaring van de patiënt. Het patroon, de «landkaart» van de pijnlijke drukpunten, is doorslaggevend.

De behandeling van FMS

Volgens de gangbare leer is fibromyalgie ongeneeslijk. Daarom worden louter symptomen behandeld oftewel de pijn wordt met medicijnen verminderd. Hoogstens wordt een gediagnosticeerde depressie behandeld, vaak wordt bij vergissing verondersteld dat dit de oorzaak is van fibromyalgie. Meestal is die depressie een gevolg van het pijnsyndroom en de ontbrekende hulp. Fysiotherapie, die ook vaak wordt voorgeschreven, leidt zelfs tot een hevigere pijn. In dit geval worden de vastzittende zenuwbanen namelijk uitgerekt of door de blokkering overstretcht.

De methode van dr. Bauer wordt door hem al meer dan 20 jaar met succes toegepast (zie «Getuigenissen van patiënten»). De academische geneeskunde accepteert ze echter niet. Het probleem bestaat er onder andere in dat bij chirurgische behandelingen een dubbelblinde studie, zoals bijhet onderzoekvan geneesmiddelen (vergelijkingsgroepen), niet mogelijk is. De zorgvuldig bijgehouden jaarlijkse statistieken van de in de afgelopen decennia met succes behandelde patiënten bewijzen echter de doeltreffendheid van de methode van dr. Bauer.

De behandeling van fibro volgens dr. Bauer berust op het principe dat de zenuwen op basis van diverse oorzaken eiwitten afscheiden. Deze gaan klonteren in de zenuwkanalen en veroorzaken door druk op de zenuw het pijnsyndroom. De verdikte plaatsen in de zenuwbanen zijn telkens zichtbaar bij de operatie. Met een chirurgische ingreep kunnen de zenuwbanen opnieuw worden vrijgemaakt en verdwijnt de pijn. Het is mogelijk dat meerdere ingrepen nodig zijn om alle pijnpunten te behandelen (details over de tenderpoints vindt u ook bij «Vakinformatie voor artsen en ziekenfondsen»).

Bijwerkingen / terugvallen

De ingreep wordt ambulant uitgevoerd. Over het algemeen blijft een litteken van ongeveer 10 cm. Andere bijwerkingen zijn ons onbekend. Bij geen enkele van de tot nog toe uitgevoerde ingrepen ontstonden letsels aan het zenuwsysteem.

Bij de ingreep wordt niet alleen het geblokkeerde littekenweefsel verwijderd, de doorgang van de anatomische trias arterie-vene-nervus (= vatzenuwboompje) wordt bovendien verbreed. De inhoud krijgt daarom een breed nieuw bed. Vergelijkbaar is het principe dat in de winter kleine vijvers sneller dichtvriezen dan grote. Zo is het ook bij het breder maken van de ALP – door de ontstane ruimte is het gevaar op een nieuwe blokkering verdwenen.